ECLI:NL:RVS:2013:2287
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting verwijtbaarheid
De minister legde appellant een boete van €7.000 op wegens overtreding van de artikelen 2 en 15 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €6.250. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Uit het boeterapport bleek dat appellant een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden liet verrichten en niet voldeed aan de administratieve verplichtingen omtrent identiteitsdocumenten. Appellant voerde aan dat hij erop mocht vertrouwen dat de vreemdeling Estse nationaliteit had en dat hij met het uitzendbureau afspraken had gemaakt over controle, waardoor de boete onterecht en disproportioneel zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende inspanningen had verricht om de overtreding te voorkomen en dat het risico bewust was genomen. De werkzaamheden waren niet marginaal, en de doorberekening van een boete door een derde was geen reden tot matiging. De rechtbank heeft de boete terecht bevestigd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €6.250 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.