ECLI:NL:RVS:2013:206
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving gedoogbeschikking voor tijdelijke huisvesting seizoenwerkers
Het college van burgemeester en wethouders van Texel verleende gedoogbeschikkingen voor het plaatsen van veertien caravans op een perceel ten behoeve van de huisvesting van maximaal twintig seizoenwerkers. [Appellante] stelde dat het woon- en leefklimaat werd aangetast en dat zij schade leed door teruglopende commerciële verhuur. De rechtbank verklaarde het beroep ten aanzien van de gedoogbeschikkingen niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het beroep tegen het handhavingsbesluit af.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat zij wel degelijk schade had geleden en dat het college onterecht had afgezien van handhavend optreden, onder meer omdat het gebruik van de caravans niet beperkt was in tijd en omvang en in strijd was met het bestemmingsplan. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college bevoegd was tot handhaving, maar dat het in dit geval kon afzien van handhaving vanwege het tijdelijke karakter van de overtreding en het zicht op legalisering via een bouwplan.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat [appellante] geen voldoende procesbelang had, aangezien de gedoogbeschikkingen waren geëxpireerd en de caravans inmiddels waren verwijderd. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij schade had geleden. Het college had bovendien in redelijkheid kunnen besluiten niet handhavend op te treden, gelet op het tijdelijke karakter, het geringe effect op het woon- en leefklimaat en de lopende procedures voor een structurele oplossing.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.