ECLI:NL:RVS:2013:195
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken nieuw feitencomplex
De minister wees op 7 maart 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister in hoger beroep ging bij de Raad van State.
De Raad overwoog dat een nieuw besluit van gelijke strekking als eerdere afwijzingen slechts getoetst kan worden indien er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die niet eerder konden worden aangevoerd. De vreemdeling stelde dat hij in Irak was teruggekeerd na uitzetting, wat een nieuw feitencomplex zou vormen.
Echter kon de vreemdeling deze terugkeer niet met documenten staven, en bevestigde hij zelf dat hij dit niet kon aantonen. De Raad concludeerde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had aangenomen dat de terugkeer was aangetoond. Hierdoor was er geen sprake van nieuwe feiten die toetsing van het besluit rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep tegen het besluit van 7 maart 2012 ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is ongegrond verklaard.