ECLI:NL:RVS:2013:1645
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering en rechtmatigheid terugkeerbesluit bevestigd
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vaardigde op 12 december 2012 een terugkeerbesluit uit waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, gecombineerd met een inreisverbod. De vreemdeling werd tevens in bewaring gesteld. De rechtbank 's-Gravenhage vernietigde het terugkeerbesluit en het inreisverbod, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het terugkeerbesluit had vernietigd, omdat het opheffen van de bewaring en het toestaan van een vertrektermijn van tien dagen niet in strijd is met het terugkeerbesluit dat onmiddellijke vertrek voorschrijft. De rechtbank had dit niet correct beoordeeld.
Wel werd geoordeeld dat het inreisverbod onvoldoende is gemotiveerd, met name omdat de staatssecretaris niet adequaat heeft gemotiveerd waarom de relatie van de vreemdeling met zijn Nederlandse partner geen reden is om het inreisverbod te matigen of niet op te leggen. Hierdoor is het inreisverbod in strijd met het motiveringsbeginsel en dient het te worden vernietigd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het inreisverbod, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit wordt bevestigd, het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.