ECLI:NL:RVS:2013:1591
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak wegens onvoldoende motivering inzet beëdigde tolken bij asielprocedure
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 16 september 2011 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank 's-Gravenhage vernietigde dit besluit op 10 mei 2012, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof het gebruik van niet-beëdigde tolken tijdens de asielgehoor op 30 juni en 6 juli 2011. De staatssecretaris motiveerde dat twee beëdigde tolken in de betreffende Koerdische Kermandji-taal niet werden ingezet omdat één tolk niet wilde werken voor de IND en de andere van de lijst was verwijderd na een gegronde klacht. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht niet verplicht was een tolk te dwingen, maar dat de enkele mededeling over de klacht tegen de tweede tolk onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kon laten op basis van deze motivering. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde de uitspraken van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand hielden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €472,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de rechtbankuitspraken worden vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gelaten.