ECLI:NL:RVS:2013:1462
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische en sociale gronden
De zaak betreft het hoger beroep van een aanvrager die een urgentieverklaring wilde verkrijgen om met voorrang woonruimte toegewezen te krijgen in Amsterdam. Het college wees de aanvraag af op grond van medische adviezen waaruit bleek dat de aanvrager zonder begeleiding niet zelfstandig kan wonen en niet langer dan zes maanden onder behandeling is van een GGZ-instelling of psychiater. Tevens ontbraken financiële overzichten en hulpverleningsplannen.
De rechtbank oordeelde dat het college de medische adviezen van GGD-artsen terecht aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft gelegd, omdat deze op objectieve, onpartijdige en inzichtelijke wijze waren opgesteld. De aanvrager voerde aan dat de adviezen onzorgvuldig en onjuist waren, maar kon dit niet onderbouwen met een andersluidend deskundigenoordeel.
Ook het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen, omdat het college in redelijkheid kon besluiten deze niet toe te passen gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.