ECLI:NL:RVS:2013:1319
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De minister legde [appellante] een boete op van € 268.000 wegens 40 overtredingen van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). Na bezwaar en beroep werd de boete verschillende keren herzien, waarbij uiteindelijk een bedrag van € 85.800 werd vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen een eerdere boetebeschikking niet-ontvankelijk en stelde zelf een boete van € 138.200 vast.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat zij geen overtreding had begaan omdat zij urenadministratie bijhield en dat de boete onevenredig hoog was gezien haar financiële situatie. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht stelde dat de loonadministratie onvoldoende was onderbouwd met originele bescheiden en dat de boete terecht was opgelegd. De financiële situatie van [appellante] rechtvaardigde geen matiging van de boete omdat zij herhaaldelijk de wet had overtreden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen het besluit van 3 mei 2013 gegrond. De boete werd verminderd met € 2.500 naar € 83.300 vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 236.
Uitkomst: De boete wordt verminderd tot € 83.300 en het hoger beroep tegen het eerdere besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard.