ECLI:NL:RVS:2013:1028
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Soestdijkse Grachten wegens onvoldoende motivering erfafscheiding
De raad van de gemeente Soest stelde op 13 december 2012 het bestemmingsplan "Soestdijkse Grachten" vast. Appellanten voerden beroep aan tegen delen van dit plan, met name tegen het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" en de aanduiding "specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht" voor hun perceel, en tegen de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - perceelafscheiding 1" voor het naastgelegen perceel.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroep ontvankelijk was voor het plandeel betreffende het persoonsgebonden overgangsrecht, maar niet-ontvankelijk voor het deel over de bedrijfscategorie 3.1. De appellanten stelden dat de raad ten onrechte het gebruik van hun woning als burgerwoning niet had bestemd en dat het overgangsrecht onjuist was toegepast. De raad voerde aan dat het gebruik niet ononderbroken was en dat het plan gericht was op het scheiden van wonen en werken.
De Afdeling verwierp de bezwaren over het vertrouwensbeginsel en het overgangsrecht, maar oordeelde dat de raad onvoldoende had gemotiveerd waarom een erfafscheiding van maximaal 4 meter noodzakelijk was om onaanvaardbare geluidoverlast te voorkomen. Ook was niet onderzocht hoe de maatwerkvoorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer dit beïnvloeden. Daarom werd het besluit over de erfafscheiding en het plandeel met persoonsgebonden overgangsrecht vernietigd en de raad opgedragen binnen 20 weken een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt deels vernietigd wegens onvoldoende motivering van de erfafscheiding en de raad wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.