Uitspraak
201000189/1/H3en van 15 december 2010 in zaak nr.
201005033/1/H3, nu de omstandigheden waarop die uitspraken betrekking hebben wezenlijk verschillen van de omstandigheden in dit geval. In de eerste zaak had het college ter zitting te kennen gegeven dat het gemeentehuis in de betreffende periode werd verbouwd, waardoor de brief binnen de organisatie kan zijn zoek geraakt. Dergelijke omstandigheden dienen, ook volgens het dagelijks bestuur, niet voor rekening van de indiener van een bezwaarschrift te komen. In dit geval doet een dergelijke situatie zich echter niet voor. In de uitspraak van 15 december 2010 ging het om een besluit waarop alleen een dagtekening stond. In dit geval bevat het besluit naast een dagtekening van 13 december 2010 tevens een stempel "verzonden 21 dec. 2010". Nu het besluit van 13 december 2010 al een dagtekening bevat, dient het stempel "verzonden 21 dec. 2010" te worden gezien als de feitelijke postregistratie, zodat daarmee aannemelijk is dat het besluit op die dag is verzonden.
201106649/1/A3), is het, in het geval van niet aangetekende verzending van een besluit, bij betwisting aan het bestuursorgaan om aannemelijk te maken dat het besluit op de gestelde datum is verzonden. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie.
201000189/1/H3en van 15 december 2010 in zaak nr.
201005033/1/H3bestaat geen grond, nu uit die uitspraken eveneens volgt dat een bestuursorgaan, indien het een besluit niet aangetekend heeft verzonden, aannemelijk dient te maken dat dat besluit op de vermelde datum is verzonden.