Uitspraak
201107827/1/A3overweegt de Afdeling dat de beperking van het recht op toegang tot de bestuursrechter tot belanghebbenden, in essentie niet het recht op toegang tot de rechter aantast. [appellant sub 1] en FH kunnen een vordering bij de burgerlijke rechter instellen. Nu de burgerlijke rechter op grond van artikel 8:71 van Pro de Awb, gelezen in samenhang met artikel 46, eerste lid, van de Wet op de Raad van State, is gebonden aan de in de vorige zin vervatte beslissing van de Afdeling, is effectieve rechtsbescherming gewaarborgd. Voorts is niet gebleken dat de omstandigheid dat voor hen geen bestuursrechtelijke rechtsgang open staat tegen de beslissingen, onevenredig is tot het daarmee te dienen doel.
200903092/1/H2, voor zover hier van belang, heeft de Afdeling, onder gegrondverklaring van het door het college ingestelde hoger beroep, het tegen het besluit van 16 oktober 2007 door onder meer LSF ingestelde beroep alsnog ongegrond verklaard. De rechtbank heeft terecht overwogen dat daarmee het besluit van 16 oktober 2007 eveneens onherroepelijk is geworden. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de Afdeling het verzoek om herziening van de uitspraak van 10 februari 2010 bij uitspraak van 13 april 2011 in zaak nr. 201006815/1/H2 (www.raadvanstate.nl) niet-ontvankelijk heeft verklaard.