Uitspraak
200307108/1), dwingt artikel 19, eerste lid, van de WRO er niet toe dat bij de vrijstelling precies wordt vermeld, van welke onderdelen van het bestemmingsplan zij wordt verleend. De door [appellant] vermelde verschillen tussen het eerste en tweede lid van artikel 19 van Pro de WRO geven geen aanleiding om daar bij toepassing van dat laatste lid anders over te oordelen.
201009516/1/H1), is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan realisering van het bouwplan in de weg staat, slechts aanleiding, wanneer deze belemmering een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering aan een activiteit in de weg staat.