ECLI:NL:RVS:2017:695
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom voor afwijkend bouwen serre zonder vergunning
Appellant bouwde een serre aan zijn woning die volgens het college in strijd was met de verleende bouwvergunning. Het college legde daarom een last onder dwangsom op. Appellant voerde aan dat de serre onderdeel was van de woonkamer en dat de vergunning dit toestond, maar de Afdeling oordeelde dat uit de aanvraag en de bijbehorende tekening blijkt dat een afzonderlijke serre was aangevraagd en vergunning verleend.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het college bevoegd was om handhavend op te treden en het beroep van appellant ongegrond verklaard. Appellant stelde dat de serre vergunningvrij was en dat legalisatie mogelijk was, maar dit werd door de Afdeling verworpen omdat de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken de toegestane grenzen overschrijdt en legalisatie niet mogelijk is vanwege strijd met het bestemmingsplan.
Verder voerde appellant aan dat het college had moeten afzien van handhaving vanwege fouten bij de vergunningverlening en vertrouwen dat niet gehandhaafd zou worden, maar deze argumenten faalden omdat de verleende vergunning en tekening leidend zijn en er geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat geen vergelijkbare gevallen waren aangevoerd.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.