ECLI:NL:RVS:2012:BX9297
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid reëel risico bij terugkeer naar DRC
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde dat zij als alleenstaande vrouw met kind in de Democratische Republiek Congo (DRC) een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro, mede vanwege seksueel geweld en sociaal stigma.
De vreemdeling bracht nadere argumenten in na de beroepstermijn, welke de rechtbank buiten beschouwing liet wegens strijd met de goede procesorde. De Raad van State oordeelde echter dat deze nadere toelichting binnen de oorspronkelijke beroepsgrond viel en niet buiten beschouwing mocht blijven.
De minister had het asielrelaas van de vreemdeling als ongeloofwaardig beoordeeld, met name haar verklaring over gedwongen verblijf bij rebellen en verkrachting. De Raad van State bevestigde dat de minister redelijk tot dit oordeel kon komen. Tevens concludeerde de Afdeling dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij als alleenstaande vrouw met kind zonder sociaal netwerk een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM bij terugkeer naar de DRC.