ECLI:NL:RVS:2012:BX2091
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep vreemdeling wegens te late indiening en beoordeling risico terugkeer Somalië
De vreemdeling heeft tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel hoger beroep ingesteld, maar dit hoger beroep is niet tijdig ingediend. De Raad van State beoordeelt daarom de ontvankelijkheid van het beroep en stelt vast dat de termijn op 27 februari 2012 is geëindigd en de vreemdeling geen verschoonbare redenen heeft opgegeven voor de overschrijding.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwijst naar het arrest Bahaddar van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waarin is bepaald dat nationale procedureregels in principe moeten worden toegepast, tenzij bijzondere, op het individuele geval gerichte feiten en omstandigheden aanwezig zijn. De minister heeft betoogd dat het arrest Bahaddar alleen ziet op procedureregels die de inrichting van de asielprocedure betreffen en niet op termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen.
De vreemdeling voert aan dat hij behoort tot de Tumal, een groep die bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De minister stelt dat de Tumal anders zijn dan de Reer Hamar en dat zij nog clanbescherming genieten. De Raad van State concludeert dat een algemene risico-inschatting niet volstaat en dat een individuele beoordeling noodzakelijk is, waarbij clanbescherming een belangrijk aspect is.
Gelet op het ontbreken van bijzondere omstandigheden die de toepassing van de termijnregels kunnen doorbreken, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare redenen.