Uitspraak
200402448/1, vermeld dat het planologisch nadeel niet voor rekening van [appellanten] dient te blijven, nu ingevolge het op 29 april 1985 vastgestelde bestemmingsplan "Huizinge" en ingevolge het op 7 mei 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Kleine Kernen" op perceel [locatie b] niet mocht worden gebouwd.
201101503/1/H2) volgt zij thans in zaken als deze, waarin de vraag voorligt of de aanvrager van planschadevergoeding ten tijde van de koop van de onroerende zaak planologische mogelijkheden heeft aanvaard en het geldende planologische regime nadien is gewijzigd, niet de uitspraak van 6 oktober 2004, maar de redenering die onder meer is gevolgd in de uitspraak van de Afdeling van 16 december 2009 in zaak nr.
200903710/1/H2, waarin is overwogen dat voor het antwoord op de vraag of een planologische verandering buiten het eigen perceel voor een aanvrager van planschadevergoeding voorzienbaar was, alleen de planologische situatie ten tijde van de koop van het eigen perceel van de aanvrager van planschadevergoeding van belang is.