Uitspraak
200706132/1overwogen dat, gelet op onderdeel A, eerste lid, van de Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage, de in rechte onaantastbare vrijstellingen van 17 oktober 2006 ten behoeve van de bouw van woningen en het bouwrijp maken van een deel van het deelgebied Techum moeten worden aangemerkt als het eerste besluit waaraan de verplichting tot het maken van het MER ten behoeve van het project De Zuidlanden is gekoppeld.
200802433/1heeft de Afdeling beslist op de beroepen van Dorpsbelang, Milieudefensie en [appellant sub 1] tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Fryslân (hierna: het college) tot goedkeuring van het bestemmingsplan "De Zuidlanden, plandeel Oost". Dit bestemmingsplan zag op hetzelfde plangebied als het onderhavige plan. In voornoemde uitspraak heeft de Afdeling, voor zover thans van belang, overwogen dat de raad en het college aannemelijk hebben gemaakt dat onder meer gelet op de geluidscontouren van de Overrijselseweg en de Hendrik Algraweg, alsmede gelet op de omstandigheid dat de deelgebieden Techum en Jabikswoude reeds in ontwikkeling zijn, thans uitsluitend het voorliggende deelgebied kan worden ontwikkeld, aangezien voor de ontwikkeling van deelgebied De Plantage de aanleg van de Haak noodzakelijk zal zijn. De Afdeling ziet geen aanleiding om thans anders te oordelen.
201004771/1/M2ingestemd met de methode uit het Werkplan om de benodigde oppervlakte voor weidevogelcompensatiegebieden te berekenen.
200802433/1met betrekking tot het bestemmingsplan "De Zuidlanden, plandeel Oost" onder meer het volgende overwogen:
200702038/1) geldt als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, moet worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van Pro de Ffw. Volgens het juistgenoemde rapport van Altenburg & Wymenga uit 2009 komen binnen het gebied waar de woonwijk Wiarda wordt gerealiseerd geen beschermde vissoorten, zoals de bittervoorn, kleine modderkruiper en vetje, voor. Daarnaast komt uit het rapport naar voren dat er foeragerende vleermuizen in De Zuidlanden aanwezig zijn. In het rapport wordt gesteld dat De Zuidlanden zijn functie als foerageergebied zal behouden omdat door de ontwikkeling van de plannen het gebied een meer besloten karakter krijgt. Wel wordt in het rapport aangegeven dat verlichting van de Wirdumervaart, die grenst aan het plangebied, niet wenselijk is aangezien de functie van deze vaart als vliegroute voor de vleermuizen daardoor kan worden aangetast. De Wirdumervaart ligt evenwel buiten het plangebied. Gezien de onderzoeksresultaten bestaat verder geen aanleiding voor het oordeel dat de Ffw vanwege mogelijke toename van recreatie ten gevolge van het plan aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.