Uitspraak
200808282/1/H3heeft de Afdeling die uitspraak, voor zover aangevallen, bevestigd.
Raad van State
Appellante had schade geleden aan een perceel bospeen door dassen en reeën en verzocht het faunafonds om een tegemoetkoming. Het faunafonds stelde aanvankelijk een vergoeding van € 3.988 vast, later verhoogd tot € 37.651,20 na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante uiteindelijk ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State onderzocht de gebruikte uitgangspunten voor de schadeberekening, met name de prijs per bos bospeen en de hoeveelheid bossen per hectare. Het faunafonds baseerde zich op KWIN-cijfers met een prijs van € 0,34 per bos en een opbrengst van 35.000 bossen per hectare. Appellante stelde dat de werkelijke opbrengst 60.000 bossen per hectare bedroeg, onderbouwd met rapportages van een beëdigd rentmeester.
De Raad van State oordeelde dat het faunafonds niet voldoende had gemotiveerd waarom de KWIN-cijfers in deze situatie van toepassing waren en achtte het aannemelijk dat de hogere opbrengst van 60.000 bossen per hectare gehanteerd moest worden. Hierdoor werd het besluit van het faunafonds vernietigd en het beroep van appellante gegrond verklaard. Tevens werd het faunafonds veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het faunafonds wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard met toekenning van een hogere schadevergoeding en proceskosten.