Uitspraak
200301583/1), de vraag of sprake is van een zelfstandige woning beoordeeld dient te worden aan de hand van de feitelijke situatie en dat sprake is van een zelfstandige woning indien de inrichting en de aanwezigheid van (woon)voorzieningen voor dat oordeel aanleiding geven. Nu [appellant] in de door hem gecreëerde verblijven woonvoorzieningen als een badkamer en een keuken heeft aangebracht en de inrichting van de verblijven deze geschikt maakt voor zelfstandige bewoning, moet worden geoordeeld dat sprake is van zelfstandige woningen.
200909962/1/H3) is het enkele tijdsverloop geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college in redelijkheid van handhavend optreden had behoren af te zien. Die omstandigheid brengt voorts niet mee dat het college bij [appellant] het in rechte te honoreren vertrouwen heeft gewekt dat ook in de toekomst niet handhavend zal worden opgetreden. De rechtbank is terecht tot dezelfde conclusie gekomen.
200801122/1), is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Nu de beweerdelijke ambtelijke toezeggingen het college niet binden, is daarvan niet gebleken. [appellant] heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat er voorafgaand aan de aanvraag om bouwvergunning van 11 februari 2001 namens het college concrete toezeggingen zijn gedaan waaraan hij het in rechte te honoreren vertrouwen kon ontlenen dat het college niet handhavend zou optreden tegen de realisering van meer wooneenheden dan in de bouwaanvraag voorzien.