ECLI:NL:RVS:2013:BZ9766
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- R.G.P. Oudenaller
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beëindiging bewoning bijgebouw ondanks vergunninggeschil
Het college van burgemeester en wethouders van Oost-Gelre heeft bij besluit van 3 januari 2011 bevolen de bewoning van een bijgebouw aan een locatie te Lievelde te beëindigen en beëindigd te houden, onder dreiging van een dwangsom. Appellanten voerden aan dat het college niet had mogen handhaven omdat er in 2004 vergunning was verleend voor voorzieningen en gebruik, en dat het college op de hoogte was van het gebruik.
De rechtbank had het beroep van appellanten ongegrond verklaard en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak. De vergunning uit 2004 betrof het gebruik als berging, niet als woning, en de aangebrachte voorzieningen waren niet vergund. De brief van het college uit 2004 waarin tijdelijk gebruik werd toegestaan, beperkte dit tot maximaal twee jaar.
Appellanten konden niet aannemelijk maken dat de bewoning in 2010 was beëindigd. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden, zoals concrete zicht op legalisering of onevenredigheid van handhaving. Het college had niet onrechtmatig gehandeld door handhavend op te treden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het bestreden vonnis.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het college mocht handhavend optreden tegen de bewoning van het bijgebouw zonder vergunning.