ECLI:NL:RVS:2012:BV3219
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R.R. Winter
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod burgemeester wegens onvoldoende gevaar voor veiligheid
De burgemeester legde op 1 februari 2010 een huisverbod op aan appellant, waarbij hij de woning moest verlaten en niet mocht betreden tot 11 februari 2010. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde of het huisverbod terecht was opgelegd op grond van de Wet tijdelijk huisverbod en het Besluit tijdelijk huisverbod. De burgemeester baseerde zijn besluit op het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (RiHG) en een proces-verbaal van bevindingen van de hulpofficier van justitie. Hoewel er sprake was van een incident met handgemeen tussen appellant en belanghebbende, waren de verklaringen hierover tegenstrijdig en ontbraken objectieve bewijzen zoals letsel of getuigenverklaringen.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester onvoldoende gewicht had toegekend aan de verklaring van appellant en het feit dat appellant alternatieve woonruimte had geregeld. Hierdoor was het huisverbod onterecht opgelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit van de burgemeester vernietigd en de burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het huisverbod van de burgemeester wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van ernstig en onmiddellijk gevaar.