ECLI:NL:RBROE:2012:BV7292
Rechtbank Roermond
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Burgemeester heeft zich ten onrechte bevoegd geacht tot oplegging tijdelijk huisverbod
De rechtbank Roermond behandelde het beroep van verzoeker tegen het door de burgemeester opgelegde tijdelijk huisverbod van tien dagen, gebaseerd op de Wet tijdelijk huisverbod (Wth). Verzoeker werd het huisverbod opgelegd na een incident waarbij zijn vrouw aangifte deed van bedreiging. Verzoeker ontkende het gebruik van geweld en stelde dat het huisverbod onvoldoende was gemotiveerd en dat hij niet vooraf was gehoord.
Tijdens de mondelinge behandeling stelde de voorzieningenrechter vast dat het huisverbod uitsluitend was gebaseerd op de verklaring van de vrouw en een getuigenverklaring, terwijl de verklaring van verzoeker ontbrak. Ook was de vrouw ten tijde van het incident opgenomen in een psychiatrische afdeling en verbleef zij niet in de woning. De burgemeester had de procedure niet zorgvuldig gevolgd, onder meer doordat verzoeker niet was gehoord.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisverbod niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand was gekomen en dat het besluit een motiveringsgebrek vertoonde. Gelet op deze tekortkomingen en het ontbreken van een objectieve vaststelling van een ernstig en onmiddellijk gevaar, werd het beroep gegrond verklaard en het huisverbod vernietigd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen en de burgemeester werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens onbevoegdheid en motiveringsgebrek.