Uitspraak
201002918/1/H3behoort het tot de expertise van de deskundigen praktische rijgeschiktheid om de rijgeschiktheid te beoordelen van onder andere personen met een lichamelijke handicap. Ingevolge hoofdstuk 9 van de bijlage bij de Regeling heeft het CBR [deskundige] aangewezen om een rapport op te maken over de rijgeschiktheid van [appellant]. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat er geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het CBR haar standpunt in het bij de rechtbank bestreden besluit niet in redelijkheid op de conclusies van [deskundige] heeft kunnen baseren. Niet is gebleken dat het rapport naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet of niet voldoende concludent is, zodanig dat het CBR het rapport niet aan haar besluit ten grondslag heeft mogen leggen.