ECLI:NL:RVS:2012:4056
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over bescherming homoseksuele vreemdelingen in asielprocedure
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel vanwege zijn homoseksuele gerichtheid. De minister had het verzoek afgewezen wegens twijfel aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van voldoende bewijs van persoonlijke vervolging in het land van herkomst, Senegal.
De Raad van State onderzoekt of homoseksuele vreemdelingen een specifieke sociale groep vormen in de zin van de EU-richtlijn 2004/83/EG en het Vluchtelingenverdrag. Daarbij staat centraal welke homoseksuele activiteiten onder de bescherming vallen, of van vreemdelingen mag worden verwacht dat zij hun gerichtheid verbergen om vervolging te voorkomen, en of strafbaarstelling van homoseksuele handelingen in Senegal als vervolging kan worden aangemerkt.
Gezien de onduidelijkheid over de uitleg van de relevante artikelen van de richtlijn en het internationale recht, heeft de Raad van State de behandeling van het hoger beroep geschorst en prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De behandeling blijft aangehouden totdat het Hof uitspraak doet.
De uitspraak onderstreept de complexiteit van de bescherming van seksuele gerichtheid in asielprocedures en de noodzaak van rechtsduidelijkheid over de mate van terughoudendheid die van vreemdelingen mag worden verwacht bij het uiten van hun homoseksualiteit in het land van herkomst.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep is geschorst en verdere beslissing aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie.