Uitspraak
200801014/1gestelde prejudiciële vragen.
201011981/1/V6) heeft de rechtbank terecht overwogen dat het door [appellante] onder verwijzing naar de gewijzigde positie van Poolse onderdanen op de Nederlandse arbeidsmarkt met ingang van 1 mei 2007 ingeroepen beginsel, dat de voor de overtreder gunstigste wetgeving moet worden toegepast als deze na de overtreding is gewijzigd, in dit geval niet aan de orde is.
200708231/1), geen wettelijke verplichting alle bij de controle aanwezige personen als getuige te horen. Uit het hiervoor overwogene volgt verder dat het horen van alle bij [bedrijf C] werkzame vreemdelingen en een deel van de bij [bedrijf D] en [bedrijf E] werkzame vreemdelingen niet noodzakelijk was voor de conclusie dat is voldaan aan de door het Hof in het arrest geformuleerde criteria aan de hand waarvan dient te worden bepaald of sprake is van het ter beschikking stellen van werknemers. Verder volgt uit de bij het boeterapport gevoegde bijlagen dat bij [bedrijf E] de vreemdeling [vreemdeling A], ten aanzien van wie twee pagina's van een inlichtingen- en verhoorformulier zijn opgemaakt, minder uitgebreid als getuige is gehoord dan de vreemdelingen [vreemdeling B] en [vreemdeling C]. Er bestaat geen aanleiding voor de veronderstelling dat [vreemdeling A] een verklaring heeft afgelegd die niet bij het boeterapport is gevoegd.
200908558/1/V6). Ook bij de toepassing van deze beleidsregels en de daarin vastgestelde boetebedragen dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de hiervoor bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moeten worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het beleid, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is.