Uitspraak
200401590/1) valt een inrichting waarin laag-risico-materiaal wordt verwerkt, onder artikel 5 van Pro de Destructiewet (oud).
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe verleende op 1 juni 2010 een milieuvergunning aan Noblesse Proteins B.V. voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor de verwerking van dierlijke bijproducten. Diverse appellanten, waaronder Sonac Burgum B.V. en omwonenden, stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State oordeelde dat het college ten onrechte geen milieueffectrapportage (mer) had laten uitvoeren, terwijl dit op grond van de Wet milieubeheer en Europese richtlijnen verplicht was vanwege de aard van de inrichting.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de inrichting van Noblesse onder categorie 39.2 van onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage valt, wat een mer-beoordelingsplicht inhoudt. Het college had deze beoordeling niet correct uitgevoerd en het besluit is daarom vernietigd. Desondanks liet de Afdeling de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat het college later alsnog een mer-beoordeling heeft verricht en de vergunningvoorwaarden in stand kunnen blijven.
Verder werden diverse andere beroepsgronden behandeld, waaronder geschilpunten over de beste beschikbare technieken, geur- en luchtkwaliteit, verkeers- en geluidshinder, en volksgezondheid. Deze werden door de Afdeling afgewezen. Ten slotte veroordeelde de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten aan de appellanten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de milieuvergunning aan Noblesse wordt vernietigd wegens het ontbreken van een milieueffectrapportage, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.