Uitspraak
200910210/1/R1volgt dat het college onder meer gebruik kan maken van de bevoegdheid tot het geven van een reactieve aanwijzing in gevallen waarin het stellen van algemene regels wordt overwogen of voorbereid.
201005138/1/R3) is, voor het antwoord op de vraag of een bepaald belang een provinciaal belang is, bepalend of het belang zich leent voor behartiging op provinciaal niveau vanwege de daaraan klevende bovengemeentelijke aspecten en is de mogelijkheid om een reactieve aanwijzing te geven niet beperkt tot bijzonder zwaarwegende belangen.
201009121/1/R3, dat het college in het algemeen in redelijkheid van de noodzaak van het geven van een reactieve aanwijzing heeft kunnen uitgaan indien niet is uitgesloten dat, zolang de in voorbereiding zijnde verordening nog niet in werking is getreden, kan worden gehandeld in afwijking van de verordening en het daaraan ten grondslag liggende provinciale beleid. Onder verwijzing naar die uitspraak overweegt de Afdeling voorts dat het college zich in die omstandigheden in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het provinciale belang onvoldoende kon worden beschermd door het toepassen van andere bevoegdheden dan het geven van een reactieve aanwijzing.
200902874/1/R3acht de Afdeling de wijzigingsbevoegdheden die zijn opgenomen in de artikelen 4, lid 4.6.2, 5, lid 5.7.2, 6, lid 6.7.2, 7, lid 7.5.1 en 10, lid 10.6.1, van de planregels niet met deze doelstellingen in strijd, nu daarin onder meer is bepaald dat de totale oppervlakte van het bestemmingsvlak niet mag worden vergroot en de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig mogen worden aangetast.