Uitspraak
200506285/1, is overwogen dat aan dit beleidsuitgangspunt geen planologische doorwerking op grond van artikel 27 en Pro artikel 29 van Pro de Reconstructiewet toekomt. Evenmin is de raad in dit geval anderszins aan provinciaal beleid gebonden. Wel dient de raad daarmee rekening te houden, hetgeen betekent dat dit beleid in de belangenafweging dient te worden betrokken. De raad acht bouwvlakken van 2,5 ha in verwevingsgebieden en LOG's te omvangrijk. Hij stelt dat een bouwvlak van 1,5 ha voldoende uitbreidingsmogelijkheden biedt voor intensieve veehouderijen, ook in verband met het dierenwelzijn. Daarnaast is ter zitting niet gebleken van lopende initiatieven in de zin van het provinciale beleid voor een uitbreiding van een bouwvlak tot een oppervlakte van 2,5 ha. Uit het bovenstaande volgt dat de raad het provinciaal beleid in de besluitvorming heeft betrokken. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat een bouwvlak van maximaal 1,5 ha voor een intensieve veehouderij niet onredelijk is. Het betoog faalt.
200705084/1. Daarnaast wijst zij erop dat gemeentelijk beleid over archeologie in voorbereiding is. Zij betoogt dat onzeker is of het aanlegvergunningenstelsel daarmee in overeenstemming zal zijn. Voorts voert ZLTO Dongen aan dat het aanlegvergunningstelsel dat in de planregels is opgenomen geen rekening houdt met regulier agrarisch gebruik. Ook mag worden aangenomen dat overal in het plangebied reeds grondbewerkingen tot een diepte van 50 cm hebben plaatsgevonden.
200801932/1en 29 september 2010 in zaak nr.
200809200/1/R1) rust op het gemeentebestuur de plicht zich voldoende te informeren omtrent de archeologische situatie in een gebied alvorens bij een plan uitvoerbare bestemmingen kunnen worden aangewezen en concrete bouwvoorschriften voor die bestemmingen kunnen worden vastgesteld. Het onderzoek dat nodig is voor de bescherming van archeologische (verwachtings)waarden kan blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 38a van de Monumentenwet (Kamerstukken II 2003/04, 29 259, nr. 3, blz. 46) bestaan uit het raadplegen van beschikbaar kaartmateriaal, maar wanneer het beschikbare kaartmateriaal ontoereikend is, zal plaatselijk bodemonderzoek in de vorm van proefboringen, proefsleuven of anderszins nodig zijn.
200705084/1, overweegt de Afdeling dat de archeologische dubbelbestemming, anders dan in deze zaak, was gelegd op gronden die mede waren bestemd voor boomkwekers, die voor een normale bedrijfsvoering van wisselteelt afhankelijk zijn.
200903145/1/R3, dat een oppervlakte van 6 hectare aangewezen is, gezien de ligging van het perceel in een doorgroeigebied.
201003046/1/H1, heeft de Afdeling het hoger beroep van het college tegen de uitspraak van de rechtbank gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het door [appellant sub 10] bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard. Met deze uitspraak zijn voornoemde vrijstelling en bouwvergunning rechtens onaantastbaar geworden.