ECLI:NL:RVS:2011:BT7410
Raad van State
- Hoger beroep kort geding
- C.H.M. van Altena
- H.G. Lubberdink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake afwijzing schadevergoeding wegens trage besluitvorming in asielprocedure
De zaak betreft een verzoek van appellant om schadevergoeding wegens vermeende onredelijke vertraging in de besluitvorming rond zijn verblijfsvergunning asiel. Na een reeks bestuursrechtelijke procedures en beroepen is het verzoek tot schadevergoeding door de staatssecretaris van Justitie afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit niet-ontvankelijk en het bezwaar ongegrond.
Appellant stelde dat de redelijke termijn al begon bij het voornemen tot intrekking van zijn verblijfsvergunning in 2002, en dat de minister onredelijk traag had gehandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de redelijke termijn pas aanvangt bij het instellen van beroep tegen een besluit, niet bij het voornemen. Ook werd geoordeeld dat in de bestuurlijke fase geen overschrijding van de redelijke termijn had plaatsgevonden.
Verder werd het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van appellant verworpen omdat hij geen belang had bij het instellen van dat beroep. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; geen schadevergoeding toegekend.