ECLI:NL:RVS:2011:BT2111
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.W.M. Bijloos
- L. Groenendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 28 juli 2009 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan verzoekster een boete op van €56.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die het bezwaar ongegrond verklaarde.
Verzoekster verzocht de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de rechtsgevolgen van het boetebesluit zouden worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist. Zij stelde dat executiemaatregelen dreigden en dat zij het bedrag niet binnen een week kon voldoen, waardoor spoedeisend belang bestond.
De voorzitter oordeelde dat verzoekster geen spoedeisend belang had, omdat zij geen betalingsregeling had gevraagd aan de deurwaarder en het beleid van de minister een regeling niet meer toestond. Ook waren er geen nieuwe stukken die wezen op onomkeerbare financiële gevolgen zoals faillissement. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete werd afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.