Uitspraak
200707823/1) komen de kosten van een deskundige op de voet van artikel 8:75 van Pro de Awb voor vergoeding in aanmerking als het inroepen van die deskundige redelijk was en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Ter bepaling of het inroepen van een niet-juridisch deskundige, zoals hier aan de orde, redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of degene die deze deskundige heeft ingeroepen, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door de rechter van een voor de uitkomst van het geschil mogelijk relevante vraag. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de bewonersvereniging hiervan mogen uitgaan. Hierbij is in aanmerking genomen dat het college in hoger beroep twee deskundigenrapporten heeft overgelegd naar aanleiding waarvan ERB een contra-expertise heeft opgesteld en ter zitting van de Afdeling is verschenen om daarop een nadere toelichting te geven.