ECLI:NL:RVS:2011:BQ5560
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De vreemdeling werd op 4 januari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de opheffing van de bewaring, tevens kende zij schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de bewaring had opgeheven. De Afdeling overwoog dat artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 richtlijnconform moet worden uitgelegd: bewaring mag alleen worden opgelegd indien de vreemdeling de voorbereiding van terugkeer of verwijdering ontwijkt of belemmert.
De minister voerde aan dat de vreemdeling zich niet aan haar vertrektermijn had gehouden en niet beschikte over identiteitspapieren, geen vaste woon- of verblijfplaats had, zich niet had aangemeld bij de korpschef en geen middelen van bestaan had. Deze omstandigheden, niet betwist door de vreemdeling, rechtvaardigen de bewaring.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees de Afdeling het verzoek om schadevergoeding af en zag af van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt gehandhaafd omdat zij de terugkeerprocedure ontwijkt, het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.