ECLI:NL:RVS:2011:BQ2595
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Minister mag Afghaanse christenen niet als risicogroep voor asielstatus aanwijzen
De minister van Justitie wees een asielaanvraag van een Afghaanse christen af, omdat de enkele bekering tot het christendom volgens hem onvoldoende is om statusverlening te rechtvaardigen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de minister ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat hoewel christenen in Afghanistan problemen kunnen ondervinden bij de uitoefening van hun geloof en bekeerlingen risico's lopen, dit niet leidt tot een reëel risico op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling. Er is geen sprake van systematische discriminatie of geweld tegen christenen. Het beleid van de minister, zoals neergelegd in paragraaf C24/3.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000, is daarom terecht.
Daarnaast was het asielrelaas van de vreemdeling in eerdere procedures ongeloofwaardig bevonden en werden geen nieuwe feiten aangevoerd. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond wegens onvoldoende risico op schending van artikel 3 EVRM.