Uitspraak
200800531/1) dient de vraag of sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard per concreet geval te worden beantwoord. In dit geval betreft de wijziging hoofdzakelijk een verlaging van de woning en aanbouwen van 20 cm. Gelet op de omvang van het totale bouwplan en de vrijwel ongewijzigde verschijningsvorm, in relatie tot de omgeving, en in aanmerking genomen dat het hier een verlaging betreft, en derhalve niet valt in te zien dat derden door de wijziging in hun belangen worden geschaad, moet de wijziging, anders dan de rechtbank heeft overwogen, worden aangemerkt als van ondergeschikte aard. Het betoog slaagt.