ECLI:NL:RVS:2010:BN6722
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering uitzonderlijke geweldssituatie in Somalië
De vreemdeling, afkomstig uit de provincie Shabelle Hoose in Somalië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, stellende dat niet was voldaan aan de criteria van artikel 15, aanhef en onder c, van de richtlijn 2004/83/EG, die bescherming biedt bij uitzonderlijke situaties van willekeurig geweld.
De vreemdeling voerde aan dat hij louter door zijn aanwezigheid in het gebied een reëel risico liep op ernstige schade. Ter onderbouwing werd verwezen naar diverse rapporten en ambtsberichten over de zorgwekkende veiligheidssituatie in Somalië. De staatssecretaris stelde dat de stukken niet specifiek en voldoende onderbouwd waren om te concluderen dat in de provincie Shabelle Hoose een uitzonderlijke situatie van geweld bestond.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders. De Afdeling stelt dat de staatssecretaris wel degelijk voldoende gemotiveerd heeft dat niet aannemelijk is geworden dat zich in het betrokken gebied een uitzonderlijke situatie voordeed. De Afdeling vernietigt echter de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, en verklaart het hoger beroep gegrond.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand, en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. De Afdeling benadrukt dat de beleidswijziging met terugwerkende kracht tot 19 mei 2009 van toepassing is op de aanvraag van de vreemdeling, die na die datum is ingediend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd, met inachtneming dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.