Uitspraak
200106139/1), kan belang bij een inhoudelijke beoordeling van beroep bestaan indien wordt gesteld dat schade is geleden ten gevolge van bestuurlijke besluitvorming. Daartoe is in dit geval vereist dat de mogelijkheid dat ten gevolge van het bestreden besluit schade wordt geleden, tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt. Naar het oordeel van de Afdeling wordt hiermee, anders dan Othymia betoogt, geen zodanige beperking opgeworpen dat artikel 13 van Pro het EVRM, zou zijn geschonden.
200902754/1/H1), levert het enkele feit dat een partij een principiële uitspraak van de Afdeling wenst, geen rechtens te respecteren belang op. Dat Othymia een principiële uitspraak wenst over de vraag of de Wib een onjuiste implementatie behelst van Richtlijn 95/46/EG en of een inbreuk heeft plaatsgevonden op het correspondentiegeheim als neergelegd in artikel 8 van Pro het EVRM, levert derhalve geen belang op als vereist. Het door Othymia voorgestane onderscheid tussen begunstigende en belastende besluiten is daarbij niet van belang. Ook het feit dat Othymia een principiële uitspraak wenst over de rechtmatigheid van het aan het besluit ten grondslag liggende beleid, levert geen rechtens te honoreren belang op.
200604671/1), geeft de vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken, onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over te gaan, zodat het betoog van Othymia dat zij belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling omdat zij kosten voor rechtsbijstand heeft moeten maken, faalt.