Uitspraak
200607461/1, 12 maart 2008 in zaak nr.
200704906/1, 3 juni 2009 in zaak nr.
200803230/1/V6, 17 juni 2009 in zaak nr.
200806748/1/V6, 16 september 2009 in zaak nr.
200900632/1/V6) vloeit het volgende voort.
200803832/1overweegt de Afdeling dat de omstandigheid dat [appellante] op de dag van de controle tewerkstellingsvergunningen heeft aangevraagd voor de door de vreemdelingen te verrichten werkzaamheden en deze later zijn afgegeven door de Centrale organisatie voor werk en inkomen (hierna: de CWI), niet tot matiging van de opgelegde boete noopt, nu eerst op het moment van verlening van de tewerkstellingsvergunningen kan worden geconcludeerd dat de doelstellingen van de Wav niet zijn geschonden. De verwijzing naar voormelde uitspraak van de rechtbank Middelburg van 2 december 2009 treft reeds geen doel omdat het in die strafzaak belastingfraude en derhalve een ander wettelijk kader betrof.
200705219/1voormelde uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 juni 2007 heeft vernietigd en het in die zaak ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard, treft de verwijzing van [appellante] naar die uitspraak van de rechtbank Amsterdam eveneens geen doel.
200702308/1), het begaan van een overtreding van de Wav niet kan worden aangemerkt als een redelijk alternatief voor bedrijfsmatige problemen, bestaande uit het niet beschikbaar hebben van voldoende personeel op het moment dat dit voor een goede bedrijfsvoering noodzakelijk is. Dat twee van de vreemdelingen blijkens de in 2.3. vermelde verklaring tevreden zijn over de wijze waarop zij door [appellante] zijn behandeld is evenmin een omstandigheid die de minister tot matiging van de opgelegde boete had moeten nopen. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat hetgeen [appellante] heeft aangevoerd geen grond biedt voor het oordeel dat de minister de boete had moeten matigen.