ECLI:NL:RVS:2009:BK6136
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Herziening verblijfsvergunning asiel wegens verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd door een vreemdeling uit Afghanistan. De staatssecretaris van Justitie had het verzoek afgewezen op grond van een eerdere afwijzing uit 2003. De vreemdeling stelde dat de veiligheidssituatie in Afghanistan sinds het eerdere besluit aanzienlijk was verslechterd, wat nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden opleverde.
De Raad van State overwoog dat de aangevoerde stukken, waaronder rapporten van de Verenigde Naties, Amnesty International en Human Rights Watch, een verslechtering van de veiligheidssituatie aantonen. Hierdoor is niet uitgesloten dat deze verslechtering afdoet aan het eerdere besluit, zodat het nieuwe besluit getoetst kan worden. De staatssecretaris had dit niet erkend en het besluit van 28 februari 2008 niet heroverwogen, wat een schending van de Algemene wet bestuursrecht opleverde.
De Raad bevestigde de uitspraak van de voorzieningenrechter die het besluit vernietigde en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Tevens werd ingegaan op de uitleg van Europese richtlijnen en jurisprudentie, waarbij werd bevestigd dat artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 de vereiste bescherming biedt overeenkomstig Europese normen.
De uitspraak benadrukt het belang van toetsing bij nieuwe feiten en veranderde omstandigheden en bevestigt dat een verslechterde veiligheidssituatie in het land van herkomst een grond kan zijn voor heroverweging van een eerdere asielafwijzing.
Uitkomst: Het besluit van 28 februari 2008 tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens nieuw gebleken feiten en veranderde omstandigheden.