ECLI:NL:RVS:2009:BK0101
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom wegens geurhinder in strijd met milieuregelgeving afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Westland legde op 14 mei 2008 een last onder dwangsom op aan de vergunninghoudster vanwege het in werking hebben van een warmtekrachtkoppelinginstallatie in strijd met artikel 2.1, tweede lid, aanhef en onder g, van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Het beroep van appellant richtte zich tegen deze last onder dwangsom en het besluit op bezwaar dat het bezwaar ongegrond verklaarde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat zij onbevoegd was om te beslissen over het bezwaar tegen de bouwvergunning en dat het beroep tegen dat deel was ingetrokken. De wetswijzigingen na 1 juli 2009 waren niet van toepassing op deze zaak. De Afdeling constateerde dat het college terecht handhavend kon optreden omdat de overtreding niet ter discussie stond.
Appellant stelde dat bestuursdwang in de vorm van stillegging van de installatie had moeten worden toegepast in plaats van een last onder dwangsom, maar de Afdeling vond dat het college terecht voor de dwangsom had gekozen omdat geen urgente situatie bestond die bestuursdwang vereiste. Verder was het college niet verplicht specifieke maatregelen voor beëindiging van de overtreding op te leggen, en de hoogte van de dwangsom stond in redelijke verhouding tot het geschonden belang en de beoogde werking.
Tot slot kon de inning van de verbeurde dwangsommen niet in deze procedure worden beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.