Uitspraak
200707598/1, leidt een redelijke wetsuitleg ertoe dat aan de voorwaarden voor het aannemen van een uitzondering als bedoeld in artikel 74, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wgh ook is voldaan indien de maximumsnelheid van 30 kilometer per uur weliswaar nog niet geldt ten tijde van de vaststelling van het plan, maar tot het instellen daarvan door het bevoegd gezag al wel is besloten. Nu in het onderhavige geval de wegen die binnen de woonwijk door het plan mogelijk worden gemaakt nog moeten worden aangelegd, kan een 30 kilometerzone nog niet gelden en kan evenmin worden geëist dat het verkeersbesluit tot het instellen van een 30 kilometerzone reeds bij de vaststelling van het plan is genomen. Op pagina 16 van de plantoelichting staat dat het woongebied zal worden ingericht als een 30 kilometerzone. In het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan van de gemeente Maasdriel staat dat voor nieuw aan te leggen infrastructuur in woonwijken een maximum snelheid van 30 kilometer per uur zal gelden, tenzij sprake is van wijkontsluitingswegen. Voorts heeft de raad ter zitting verklaard dat het woongebied zal worden ingericht als een 30 kilometerzone en dat een daartoe strekkend verkeersbesluit zal worden genomen. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding te veronderstellen dat niet tot de invoering van een 30 kilometerregime zal worden overgegaan. Gelet op het voorgaande bestond in dit geval niet op grond van artikel 74, tweede lid, onder b, van de Wgh een verplichting tot akoestisch onderzoek naar de gevolgen van het wegverkeer op de wegen binnen de woonwijk. Voor zover [appellante] heeft verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 14 mei 2008, in zaak
200705056/1treft dit betoog geen doel reeds omdat in tegenstelling tot het onderhavige plan in die zaak sprake was van bestaande wegen met een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het plan niet is vastgesteld in strijd met artikel 77 van Pro de Wgh.
200104664/1wordt overwogen dat anders dan in die zaak thans niet is gebleken van onvoorziene hoge saneringskosten en een onzekere financiële bijdrage. Dit betoog faalt.