ECLI:NL:RVS:2009:BJ7536
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over recht op consulaire bijstand bij vreemdelingenbewaring
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en had aangegeven consulaire bijstand te wensen, maar er was geen contact met zijn consulaire vertegenwoordiging tot stand gekomen.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 36 van Pro het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen de staatssecretaris verplicht is om bij een verzoek om consulaire bijstand zo spoedig mogelijk de consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst in kennis te stellen. De rechtbank had echter niet onderkend dat het niet relevant is dat de vreemdeling zelf geen contact met de consulaire vertegenwoordiging heeft gezocht nadat hij om bijstand had verzocht.
Desondanks oordeelde de Raad dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat er geen schending was van het recht op consulaire bijstand die tot vernietiging van de uitspraak zou leiden. De vreemdeling kan te allen tijde gebruik maken van zijn recht op consulaire bijstand en er was geen ernstige inbreuk op zijn belangen die zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris bij de maatregel.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, met een verbetering van de gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vreemdeling af.