Uitspraak
200901098/1, geldt hetzelfde voor de aankondiging van 8 augustus 2006. Derhalve heeft de rechtbank evenzeer terecht geen voorziening getroffen, als door Nova is bedoeld. Het betoog faalt.
Raad van State
De staatssecretaris van Financiën gaf op grond van artikel 8 van Pro de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) opdracht aan de belastingdienst Rijnmond om een onderzoek in te stellen bij Nova Management B.V. ten behoeve van het verstrekken van inlichtingen aan een buitenlandse bevoegde autoriteit. Nova stelde bezwaar en beroep in tegen deze opdracht, stellende dat het besluit haar rechtstreeks in haar belang treft en dat zij niet voldoende is gehoord.
De rechtbank oordeelde dat de opdracht tot het instellen van het onderzoek een voorbereidingshandeling is en daarom niet vatbaar voor bezwaar en beroep. Tevens oordeelde de rechtbank dat Nova geen belang had bij het aanvechten van deze opdracht, omdat het eigenlijke besluit tot het verstrekken van inlichtingen nog moest volgen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
De Raad van State bevestigt deze beoordeling. De Afdeling stelt dat de opdracht aan de belastingdienst geen besluit is dat rechtsgevolgen voor Nova heeft en dat de aankondiging van het onderzoek voldoende is om Nova op de hoogte te stellen. Ook de geheimhouding van het verzoek van de buitenlandse autoriteit is gerechtvaardigd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Nova Management B.V. wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.