Uitspraak
200600713/1) blijkt uit de systematiek van (thans) artikel 7, eerste lid, in samenhang met het derde lid, aanhef en onder b, van de Regeling dat het op adequate wijze gebruik maken van een verleende ontheffing een aparte voorwaarde is waaraan moet zijn voldaan om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming. Nu vaststaat dat [appellant] geen machtiging heeft aangevraagd om gebruik te mogen maken van de aan de Faunabeheereenheid Noord-Brabant op voorhand verleende ontheffing voor het verjagen van roeken met behulp van ondersteunend afschot, die onder meer betrekking heeft op de gronden waarop de percelen maïs van [appellant] zijn gelegen, heeft hij niet aan deze voorwaarde voldaan. Reeds hierom staat artikel 7, derde lid, aanhef en onder b, van de Regeling aan het verlenen van een tegemoetkoming in de weg. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het Faunafonds niet gehouden is om een tegemoetkoming te verlenen voor de door roeken veroorzaakte schade aan de bij [appellant] in gebruik zijnde percelen maïs. Het betoog faalt.