Uitspraak
200705729/1), impliceert het vereiste dat de grondgebruiker naar redelijkheid en billijkheid maatregelen treft ter voorkoming en beperking van de schade dat deze maatregelen preventief, dat wil zeggen voor het ontstaan ervan, worden getroffen, of, ter beperking van verdere schade, uiterlijk op de dag waarop de schade is geconstateerd.
200808625/1/H3), volgt uit artikel 7, eerste lid, gelezen in verbinding met het derde lid, aanhef en onder b, van de regeling dat het op adequate wijze gebruik maken van een verleende ontheffing een afzonderlijk vereiste is, waaraan moet zijn voldaan om voor een tegemoetkoming in aanmerking te kunnen komen. De rechtbank heeft daarom met juistheid aan de gestelde inzet van andere middelen dan de jacht in dit kader niet de betekenis toegekend die [appellante] daaraan gehecht wil zien. Zij heeft terecht geoordeeld dat het Faunafonds zich op het standpunt mocht stellen dat artikel 7, derde lid, aanhef en onder b, van de regeling aan verlening van tegemoetkoming in de op 6 juli 2008 en 11 augustus 2008 geconstateerde schade in de weg stond.