ECLI:NL:RVS:2009:BJ1577
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvolledige identiteit vreemdeling leidt tot weigering verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie weigerde ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan de vreemdeling te verlenen, omdat de identiteit van de vreemdeling niet kon worden geverifieerd aan de hand van haar verstrekte gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat het onderzoeksverslag van de Nederlandse ambassade te Peking voldoet aan de eisen van een deskundigenadvies en dat de vreemdeling geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het verslag had aangevoerd. Het verslag toonde aan dat het opgegeven adres incompleet was en dat verder onderzoek naar de identiteit niet mogelijk was.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling kon niet aantonen dat zij recht had op de verblijfsvergunning, mede omdat zij onvoldoende bewijs leverde van haar identiteit en woonadres in China.
De staatssecretaris had het hoger beroep tijdig ingediend, ondanks een vermelding van een langere termijn in de rechtsmiddelenvoorlichting. Andere beroepsgronden die door de rechtbank waren beoordeeld, maar niet in hoger beroep waren aangevoerd, werden buiten beschouwing gelaten.
De Afdeling sprak geen proceskostenveroordeling uit en bevestigde het besluit van de staatssecretaris.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verblijfsvergunning blijft in stand.