ECLI:NL:RVS:2009:BI1820
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening opschorting boete Wet arbeid vreemdelingen
Bij besluit van 19 september 2007 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan verzoekster een boete van €80.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, dat door de rechtbank Roermond op 31 oktober 2008 ongegrond werd verklaard.
Verzoekster vroeg vervolgens bij de Raad van State om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het boetebesluit op te schorten totdat op het hoger beroep was beslist. Zij stelde dat betaling van de boete haar faillissement zou veroorzaken en overlegde een accountantsbrief ter onderbouwing van haar financiële noodsituatie.
De voorzitter oordeelde dat de minister de uitspraak in de bodemprocedure kan afwachten en dat de financiële situatie van verzoekster voldoende aannemelijk is gemaakt. Daarom werd de opschorting van de boetebesluiten bevolen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De voorzitter schorst de boetebesluiten en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.