Uitspraak
200706330/1) is het statutaire doel van de Stichting ROM zo veelomvattend dat het onvoldoende onderscheidend is om op grond daarvan te kunnen oordelen dat het belang van deze stichting rechtstreeks is betrokken bij het in die uitspraak bestreden besluit. Voorts heeft de Afdeling in die uitspraak overwogen dat is gebleken dat de Stichting ROM geen feitelijke werkzaamheden verricht in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht waaruit blijkt dat haar belang rechtstreeks bij het in die uitspraak bestreden besluit is betrokken. Ten slotte heeft de Afdeling in die uitspraak in aanmerking genomen dat de Stichting ROM door het optreden in rechte geen bundeling van rechtstreeks bij het in die uitspraak bestreden besluit betrokken individuele belangen tot stand brengt waarmee effectieve rechtsbescherming gediend kan zijn.
200702083/1) bestaat daarom geen aanleiding voor de conclusie dat het college niet heeft voldaan aan de voor hem ingevolge artikel 3:11, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht geldende verplichting om desgevraagd afschrift te verstrekken van de ter inzage gelegde stukken. Het college was verder op grond van artikel 3:11, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, noch enige andere wettelijke bepaling gehouden om toe te staan dat Middelkamp met behulp van eigen apparatuur afschriften maakte. Daar komt bij, zo is ter zitting naar voren gekomen, dat in het stadskantoor als huisregel geldt dat geen gebruik mag worden gemaakt van audiovisuele apparatuur. Deze huisregel is, zo is ter zitting onweersproken verklaard, bij de ingang van het stadskantoor op een bord vermeld zodat Middelkamp hiermee bekend had kunnen zijn.