ECLI:NL:RVS:2009:BH5546
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs illegale tewerkstelling
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 28 februari 2007 een boete van €8.000 op aan een werkgever wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Zutphen vernietigde dit besluit op 23 april 2008 wegens onvoldoende bewijs dat de werkgever de vreemdeling feitelijk arbeid had laten verrichten zonder vergunning.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het boeterapport en het proces-verbaal onvoldoende concrete aanwijzingen bevatten dat de vreemdeling in opdracht of ten dienste van de werkgever arbeid had verricht. De verklaringen waren te algemeen en er was geen aanvullend onderzoek gedaan naar de omstandigheden.
Daarom oordeelde de Raad dat de rechtbank terecht het boetebesluit had vernietigd. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de wederpartij en tot betaling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het boetebesluit vernietigd.