Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2009:BH0447

Raad van State

Datum uitspraak
21 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200803991/1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen wijziging ligplaatsenkaart Woonschepenverordening

Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout heeft op 4 juli 2006 de ligplaatsenkaart bij de Woonschepenverordening 1999 gewijzigd vastgesteld. Hiertegen maakte appellante bezwaar, dat bij besluit van 28 december 2006 ongegrond werd verklaard. Appellante stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 8 mei 2008 niet-ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de beroepstermijn.

Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State en voerde aan dat zij in de veronderstelling verkeerde dat haar advocaat het beroepschrift zou indienen en dat zij deze niet tijdig kon bereiken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze omstandigheden niet verschoonbaar waren en dat appellante zelf tijdig beroep had kunnen instellen.

Verder werd een brief van appellante uit 2008 besproken die mogelijk als verzet tegen een eerdere uitspraak kon worden opgevat, maar dit werd verworpen omdat die eerdere uitspraak niet na vereenvoudigde behandeling was gedaan.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.

Uitspraak

200803991/1.
Datum uitspraak: 21 januari 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 mei 2008 in zaak nr. 07/4851 in het geding tussen:
[appellante]
en
het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout.
1. Procesverloop
Bij besluit van 4 juli 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijkerhout (hierna: het college) de ligplaatsenkaart behorende bij de Woonschepenverordening 1999 gewijzigd vastgesteld.
Bij besluit van 28 december 2006 heeft het college het door [appellante] (hierna: [appellante]) daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 8 mei 2008, verzonden op 15 mei 2008, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 juni 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brieven van 8, 17 en 18 juni 2008.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[appellante] heeft nadere stukken ingediend. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 december 2008, waar [appellante], in persoon, en vergezeld door [persoon] en het college, vertegenwoordigd door E. van Dijck, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken.
Ingevolge artikel 6:8 vangt Pro de termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, is een beroepschrift tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Ingevolge artikel 6:11 blijft Pro ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.2. Het besluit van 28 december 2006 is op dezelfde dag verzonden, zodat de in artikel 6:7 van Pro de Awb gestelde termijn om daartegen beroep te kunnen instellen op 8 februari 2007 is geëindigd. Het beroepschrift is op 5 juli 2007 door de rechtbank ontvangen.
2.3. De rechtbank heeft terecht de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar in de zin van artikel 6:11 van Pro de Awb geacht. De door [appellante] aangevoerde omstandigheid dat zij in de veronderstelling was dat haar advocaat een beroepschrift zou indienen en zij haar advocaat hierover niet tijdig kon bereiken, heeft de rechtbank terecht voor haar rekening gelaten. Niet is gebleken dat [appellante] niet in staat zou zijn geweest om, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, zelf tijdig beroep in te stellen, zonodig op nader aan te voeren gronden.
2.4. Voor zover de Afdeling de brief van [appellante] van 23 oktober 2008 in het kader van deze procedure als verzet zou moeten opvatten gericht tegen de uitspraak van de Afdeling van 31 juli 2002 in zaak nr.
200104411/1wordt het volgende overwogen. De mogelijkheid van verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van Pro de Awb, staat open tegen een uitspraak na vereenvoudigde behandeling als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Awb. Vaststaat dat de Afdeling de uitspraak van 31 juli 2002 na behandeling ter zitting heeft gedaan. Van een vereenvoudigde afdoening in de zin van artikel 8:54 van Pro de Awb is dan ook geen sprake.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van Staat.
w.g. Wortmann w.g. De Leeuw-van Zanten
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2009
97-581.