ECLI:NL:RVS:2008:BG5315
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- W.D.M. van Diepenbeek
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na intrekking beroep tegen bestuursbesluiten burgemeester Rotterdam
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding door de burgemeester van Rotterdam, na besluiten uit 1997 die de exploitatievergunning van zijn horecagelegenheid introkken en een sluiting oplegden.
Appellant stelde dat hij schade had geleden door reputatieverlies, gederfde winst en kosten, en voerde aan dat hij zijn beroep tegen een eerder besluit had ingetrokken op basis van een mondelinge toezegging van een gemeentelijk ambtenaar dat alles in orde zou komen. Hij betoogde dat de rechtbank ten onrechte geen getuigenverhoor van deze ambtenaar had toegestaan, wat volgens hem een schending van artikel 6 EVRM Pro betekende.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de besluiten uit 1997 rechtens onaantastbaar waren geworden na intrekking van het beroep tegen het besluit van 10 april 1997. Er was geen bijzondere reden om hiervan af te wijken, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de toezeggingen van de ambtenaar betrekking hadden op de besluiten of de schade. Ook was niet gebleken dat het bestuursorgaan de onrechtmatigheid had erkend. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 26 november 2008 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.