Uitspraak
200505698/1had betrekking op een bedrijventerrein en is dan ook niet vergelijkbaar met het sportlandgoed.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Drenthe had het bestemmingsplan Sportlandgoed 't Swartemeer, vastgesteld door de gemeenteraad van Emmen, goedgekeurd. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat ten onrechte geen milieueffectrapport (MER) was opgesteld voor de horecagelegenheid met evenementenhal binnen het plan. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak behandeld en overwogen dat het college de m.e.r.-plicht onjuist had beoordeeld doordat het slechts uitging van het beschreven horecagebouw en niet van de planologische mogelijkheden die het plan bood.
De Afdeling oordeelde dat het zuidelijke gedeelte van het plandeel met de bestemming 'Sportlandgoed' en de aanduiding 'horeca' niet goedgekeurd kon worden omdat de m.e.r.-beoordeling niet voldeed aan de wettelijke eisen. Voor het noordelijke horecagedeelte, dat reeds was gerealiseerd en waarop het akoestisch onderzoek was gebaseerd, bleef het besluit in stand. Verder werd het beroep ongegrond verklaard voor het overige deel van het plan. Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en juiste m.e.r.-beoordeling bij ruimtelijke plannen die recreatieve voorzieningen omvatten en bevestigt dat de toetsing aan milieuwetgeving strikt moet worden nageleefd. Het besluit tot gedeeltelijke vernietiging en onthouding van goedkeuring is daarmee een belangrijke waarborg voor milieubescherming en zorgvuldige ruimtelijke ordening.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd en goedkeuring onthouden aan het zuidelijke horecagedeelte.